• Hoe ’t ooit begon, deel 2

    De successen van de softballende dames, zie vorige editie van de Basehits, bleven uiteraard niet onopgemerkt.
    En toen in 1964 de hele sportvereniging moest verhuizen van (de huidige Schoten) velden aan de Vergierdeweg naar onze huidige complex aan de Vlietweg, besloten actieve leden een echt  Amerikaans softbalveld aan te leggen.
    Hoe dat ging, nou er werden houten palen, gaas en hardboardplaten gekocht, waar een backstop en ook hekken ter bescherming van toeschouwers van werden gemaakt. Looppaden werden met de  hand uitgegraven en opgevuld met gravel dat bestond uit met hamers bewerkte gebroken dakpannen en bloempotten.

    En niemand maakte daar een probleem van, het leek (zeker voor die tijd) super professioneel en echt gravel was niet te betalen.  
    Want, het zal u verbazen, voor die tijd lag het sportveld in ‘the middle of nowhere’, geen backstop of hekken langs het veld, honken werden op het oog uitgelegd en voor elke wedstrijd werden afspraken gemaakt over doorgeschoten ballen.
    Uiteraard afspraken die tijdens een wedstrijd voor velerlei uitleg vatbaar waren, dus bij sommige tegenstanders werd er meer gepraat van gespeeld.
    Maar vanaf 1964 was dat dus over, de meeste doorgeschoten ballen bleven binnen het veld en daarmee bespeelbaar, en er kon dus gespeeld in plaats van gepraat worden.


    Maar wie denkt dat alleen de softbal afdeling de handen uit de mouwen stak, komt bedrogen uit. Ook de honkballers zijn op het complex diverse malen ‘verhuisd’.

    Daarbij werd regelmatig de toenmalige sloot met kruiwagen en al overgestoken. Zoals de plank laat zien, ook dat was een zwaarwichtig karwei.
    Maar mede dankzij deze pioniers en helpende handen genieten we nu van een prachtig complex met volwaardige honk- en softbalvelden, waar met grote regelmaat hoofdklasse wedstrijden en ook heuse interlands worden gespeeld.

     

    Foto met de kruiwagens:

    vlnr: John Koehorst, Theo van Maris, Henk Huyboom, Frans de Haan, Cor van der Peet

     

    redactie tekst en foto's: Rob Lighthart